DOWN FOR FAME, OUT FOR BLAME...

25/02/12

And for all I care
the love enigma
unsolved in bitter ignorance
and as the night
fades out so slowly,
in crosseyed thoughts and paranoia,
sun sets delightfull upon your lies...

Little lies out of proportion,
drove me back to this emotion,
where love-drunk i bathered truth due
to believing I wasnt caring about you.
Selfsufficient trophy as a price
I took you by surprise,
cause loving you
seems being wise...

DE LANDVERHUIZER.

21/04/12

Hij stond verstomd,
dat de wereld zo groot kon zijn.
Hij stond versteld,
al die schoonheid...
Leefde hij dan toch in het aardse paradijs.

Hoe verder hij ging,
hoe groter zijn verbazing.
Hoe langer zijn tocht,
hoe groter zijn verbittering.
Al dat aardse mooi
en nergens droeg de naam Thuis.

Hij zocht niet verder,
bleef maar trekken
van her naar der,
tot een landeigenaar
over zijn toeren geraakte.

Voor het laatst verhuizde hij.
In een jutezak
onder al dat aardse mooi.

ZIJN-EIGEN-OPGEFRET-SONNET.

21/04/12

Ze wou zelf niet proberen,
zelfingenomen, haar hartewens te eren.
Hij achterdochtig onachtzaam,
hekelend, zoekend en bedachtzaam.

Ze zouden wel weer samenkomen,
elkaar opgeilend nog wat verder dromen.
Over toekomst en zoete romantiek,
over kinderen en hun kunstenaarskliek.

Over design en retro,
over film, muziek en literatuur,
over Pritt en Velcro.

Over goed voedsel en yogacultuur,
over vrouw zijn en hoe hij macho,
over liefde, onschudig bloeiend en puur...

DE ZEE DOET WONDEREN EN NEEMT.

25/02/12

Zoet gehouden
met groteske motieven
sexy rond haar lijf gedrappeerde
lusten
Bezwijmelend
zie ik fleurige bloemen sterren
heupen dijen
bedijen
wiegend
op 't goloven
van haar hoge hakken...

CHILDR'N.

25/02/12

Just pulled a face,
I remembered,
as if I was tree...
'n a baby
'n my sister
did it better...
We pulled faces
and in the end
we laughed...

THE FIRST TATTOO.

25/02/12

Sea, sailor.
See.
A mermaid,
a memory.
A vast cloud
and ancient scenting winds....

See, sailor.
Sea.
And don't you look back now.
I'm here now,
an ancient certain wind...

See sailor,
this woman,
as many more,
will end your
roaming live.

Dull and despite your love,
she'll get you,
under the skin...

ZOUTE ZEEMEERMIN (met ma-zoet-zure nasmaak...)

25/02/12

Haar verlangen zich van hem af te keren
werd een obsceen streven
telkens weer die doffe ellende
in zijn ogen te zien.
Elke keer opnieuw,
want meesterlijk, misleidde zij zijn
koene voornemen nooit meer
haar sirenenlied te aanhoren.
Hij bond zichzelf vast aan de mast
van zijn stuurloos schip "De Pruilster"
en stopte zijn krijsende oren dicht met was
telkens hij de Kaap der Wanhoop rondde;
waar hij wist dat ze vanuit de diepten van zijn laffe verlangen
haar dodelijke charmes op hem loslaten zou
indien hij in zijn ruim het hart van een ander vervoerde.
Hij liet zich verleiden tot het ellendigste zelfverraad
als hij vanuit de mistige zwarte zee van zijn onderbewuste
haar zeemzoete kinderstem hoorde weerklinken.
Eenmaal hij haar droombeeld weerspiegeld zag in zijn bedrogen ongeloof
stond hij niet meer in voor de orkaan zijner daden
die geleid door pure lust
het slachtoffer werden van zijn moordende uitzinnigheid.
Had hij dan de Kaap gerond
zonder al te veel averij,
dan zat hij lusteloos en uitgeblust
aan wal waar hij het hart van die ander
had laten gaan.
Wetend dat zij daar ergens op zee haar lied zong
om hem liefkozend tot zich te roepen
en hem vervolgens smartelijk te laten verzuipen
in zijn eenzaam en liefdeloos bestaan...

ZWERVERS_STA-tuut...

25/02/12

Geduldig wachtend
op het bureaucratische vonnis
zit ik bij deze aan een tafel,
op een stoel, naast een bed.
Schaapachtig tikt de regen
tegen de ruit.
Chopin speelt stiller dan de draaiende
CD waarop de muziek is gebrand.
Een biertje welkom.
Een dronk op Bukowski en Hemmingway.
Een dronk op de liefde
die verscholen onder de lakens
ligt te lonken;
zich bloot woelt
en pronken,
met al haar pracht.
Ik wacht
geduldig
tussen de lakens
ondergedoken
tussen de dijen
van de liefde...

VERPERSOONLIJKING.

25/02/12

De bittere poët,
danst en kruipt,
slaapt noch eet,
smoort en zuipt.

Hij droomt van een atleet
levend als asceet.
Nuchter en in eenvoud
één die de goede weg aanhoudt.

De bittere poët die blijft maar dromen,
dat hij door zoeken op een dag zal vinden
en dat dan de ideeën zullen komen

die hem met het leven gaan verbinden.
Weg van die vraatzuchtige machtseconomen
zal hij immoreel hun wereld wel verslinden.

HOND IS OM

25/02/12

De trouwe ligt op het meditatiedeken.
Niet dat het een speciaal deken is
geweven in Katmandu, Nepal.
Hetzelfde deken is het waar ik ook mee slaap.
Het is ook het deken waar Karel,
hij leek wel een kabouter,
met zijn bergschoenen op stond.
Na de meditatie.
Hij vertrok…
De trouwe ligt er te wachten.
Zoals elke morgen
als ik de wereld nog niet aanschouwen wil.
Al die dromen die steeds te verwerken zijn.
Het wassen,
het neusreinigen.
De meditatie.
Een eerste jointje.
De trouwe ligt op het meditatiedeken,
na de meditatie,
geduldig,
te wachten…
Voor hem is
meditatie

TER VERDOEMNIS DER NATUUR.

25/02/12

Verdoemd te spelen,
gewetenloos; verplicht.
In een treurspel, zo broos,
waarin achtergrond niet sticht.

Dat de liefde, eens kunst was,
door de schoonheid bedreven,
kan ons de nachtegaal niet zingen.
Daar, komend uit vier streken,
engelens trompettergeschal
de bomen laat swingen.

Kakafonie doet verstommen,
chaos legt lam.
En als Pan erop hamert
zal moeder wel brommen.

Moest het kwade bestaan...
Laat hen dan vergaan;
zij die schreeuwen om meer...
van die big brothertjes sfeer...

VERBETEN SCHRIJVEN.

25/02/12

Hij was vergroeid
met z'n pen.
Hij hield ze steeds op zak.
Borst, zak.
Zelf tijdens het nachtelijke slapen
, bij opkomend ochtendgloren...

Zo werd hij,
op een middag,
aangetroffen.

De pen
in het borst,
zakje...

Tot in het hart getroffen.

PORNO.

25/02/12

PIKKEN LIKKEN,
KUTTEN FUCKEN,
OOK DE POEP
WORDT NIET GESPAARD;

BORSTEN EN WORSTEN
TONGSKE DRAAIEN
BALLEN GRAAIEN
ER WORDT WAT AFGEPAARD,

EEN PIK IS EEN PIK
EN EEN KUT HEEFT GEEN OGEN...
DE G-KRACHT SCHUIMEND
PRUIMEND AAN DE MACHT.

POEPEN GELIJK DE BEESTEN.
MAN VROUW
OF VAN ALLE TWEE EEN BEETJE,
PIS KAK
OF UIT EEN TIENERKONT EEN SCHEETJE,

VASTGEBONDEN AFGEROST,
SPERMA,GENEGENHEID EN SCHUIM
, EEN HAK? DE ZWEEP OF EEN FLUIM
DAT IS 'T ENIGESTE WAT HET KOST...

BLOED, ZWEET EN TRANEN...
DE LIEFDE GELUKT DOET GEEN ZEER
EN WIE WEET IS HET DE LAATSTE KEER
DAT WE ONSZELF ALS STERREN KUNNEN WANEN

EN ZORGELOOS 1 MET IETS
DENKEND AAN NIETS
UITBUNDIG KUNNEN FEESTEN...

IK GROET U UIT DE HEL.

25/02/12

Deze hel van waanzin
waar ik nu vertoef
is een gefixeerd beeld van verdriet
dat ik niet van me kan losmaken.
Gespannen als een boog
heb ik geen pijlen te verschieten.
Mijn kosmische vrede is verstoord,
onrust dreigt op alle fronten.
Confrontatie; die ik nutteloos acht.
(In deze hel is alles doelloos.)
Ik hoef niet te vechten voor de doden,
men moet ze eren en leten rusten.
Vechten voor het leven
lijkt me al even zinloos.
Vechten is vechten
en maakt de doden enkel talrijk.
Ik groet u uit deze hel.
Deze hel op aarde.

MEESTER BATIE ONDER DE MENSEN.

25/02/12

In mijn buik schuilt een enorm beest.
Het woelt, wordt te groot
en moet eruit.
Het gromt en heeft onstilbare honger.
Het dwingt me te eten,
om het te voeden,
maar weigert sedert enkele weken elk voedsel
waardoor ik papperig,
luigevreten op mijn stoel hang.
Het vreet nu energie.
Het heeft scherpe nagels
en zachte vingertoppen.
De ene moment wordt mijn maag opengereten
als het niet elk ander moment
wriemelt en kriebelt
zodanig ik met mijn rechterbeen
als een veertje
op en neer tril,
op en neer tril,
sneller dan de muziek
, het gesprek,
de tijd wegtrillen.
Vijf maal op één moment naar de fles grijpen
die in het rechterschap van mijn werktafel staat.
Mijn papieren rangschikken
want een blaadje is net een millimeter verschoven
toen ik er met mijn kogelpen tegen stootte.
Die bic voor de helft opgevreten,
de kast die begint mee te trillen
met mijn rechterbeen.
Bob Dylan met een zenuwachtig ritme
en neusklanken uitbrengen
waarin grappige teksten ik herken,
en dan weer het gekriebel,
afwisselend met gekras van nagels.
Willen eten,
naar de fles grijpen
en weer een slok
en het gaat snel.
Moeten kakken,
willen masturberen
om het monster
te sussen.
Het moet eruit,
ik moet eruit,
ik moet mensen
...verslinden
...rondom mij
...ik tussen hen.

KAK EN PIS.

25/02/12

Alles is kak.
Dit grijze leven
is schijterig,
de bazelende mensen,
hun gesprekken zijn schijterig.
Alles is kak, bekakt.
Zelf mijn gedachten
erover zijn bescheten.
Wat een wandeling,
en dat verlangen,
langs die ene straat gaand.
Mijn hond pist.
Pist alles onder.
De verlichtingspaal,
de drie vuilniszakken,
de parkeermeter,
de appelsienkratjes
van de geldmakende fruithandelaar,
de panty's van de bonte
met schmink ingepakte dame.
Haar man in de mercedes,
zeshonderd en laten draaien,
naast het fruit.
Mijn hond pist en ze merkt het niet.
De fruithandelaar slijmt.
Het is bescheten,
dat gekruip
van die gluiperige
klein-
burger-lijk-
e handelaar.
(En dat zelfde straatje,
over en terug,
het onbegrensd verlangen,
ten spijte idioot gepasseerd.
Ze was er niet.
Zij het bescheten.)
Mijn hond pist
tegen het houten schot
ener reisbureau.

DE LAFAARD.

25/02/12

Het is mijn grote hartewens
haar te zien.
Het is de enige resterende gedachte
na een tweejarige tocht
door de woestenij van een relatie.
De enige hoop beleg ik
in een vrouw.
Wezen van mijn geboorte,
het mislukte leven
en de snelle dood.
Slechts één begeren,
haar te zien.
De mogelijkheid,
krijgen,
haar aan te spreken.
Het leven,
het mislukte glippen
door de mazen van een net
dat door hoongelach
steeds nauwer mij verstikt.
Haar te zien
zou even
voldoende zijn.

WAT IS DAT TOCH MET U.

25/02/12

Altijd zo negatief.
Het blijde kennen en niet opbrengen...
Het klinkt als de schuldbekentenis
van een eeuwig verdoemde.
Hij die de pracht der natuur kent
doch door zijn mensen-onderscheid
er nooit ten volle van bewust wordt.
Hij die zich het ganse leven door kwelt,
pijnigt met zelf verloochening...
En dan nog de doodsangst kennen...
Het klinkt als het opgeven van een lafaard
die enkel in het onafgewerkte
onpersoonlijk droombeeld
van hypocriet stoïcisme gelooft.
Gepaard met ongeïnteresseerdheid
en oppervlakkigheid
waarvan de inhoud er als bladgoud afkrult...
Altijd zo negatief.
Het blijde kennen en niet willen opbrengen.

OEIDIEPOES.

25/02/12

Ik kan niet meer slapen,
ik wil niet meer.
In de overtuiging
dat als ik slapen ga
ik een gehele dag
zal doorslapen, verslapen.
Met de angst te verslappen.
Mijn mannelijkheid
(of was het de drift?)
moet bewezen worden.
Overtuigd wil ik zelf zijn.
Maar het gaat goed,
met het kleine beetje zelfrespect
dat het drinken mij nog rest
overtuig ik mijn buitenwereld
te zijn zoals ik het graag hebben zou,
dan lukt het wel met die mannelijkheid.

PAARDJE RIJDEN.

25/02/12

Trillend vreugdevuur glinsterend in haar ogen,
ze had haar minnaar weer bedrogen.
In de stilte van huisvrouwelijk klokkegetik,
met alle deuren open
alle ruimte zou vervuld geraken
met haar schrille gekir
haar onwennig gedempt gekreun.
Doorheen het stomend gereutel
van de koffiemachine in de keuken
kon je haar horen giechelen.
Na dit intens geluk.
Bevrijd liep ze naakt het open huis rond
en drukte enkele dierbare foto's tegen haar borst.
Op de bronzen, levensechte afbeelding van een Egyptische kat
ging ze even paardje rijden en rook er vervolgens aan.
Heel stil, bezonnen, schreedde ze naar het aanrecht.
Voor het grote raam met uitzicht op weidse wintervelden
schonk ze zich een koffie in
. Het dagelijjkse kastengeklepper en lepelgerinkel,
haar hoofd boven de dampende tas
en trillend naakte lichaam op de keukenvloer.
O, dat vervloekte paardje rijden,
wee haar verdorven fantasie.
( Hoe komt het dat hij er nooit bij was?
Op zulk verlossend en belangerijk moment.)
De woonkamer leek zo groot.
Ze nestelde zich in de zetel,
haar koffie dampend weg op het salontafeltje.
Behaagelijk in die anders zo bezoeksvriendelijke,
stijf voorliegende sofa.
Zo wou ze zitten bij al haar vrienden,
voor al haar kenissen
en zelf haar familie zou ze liefst nu inwijden.
Doch klokkegetik huisvrouwelijk
bewoog ze zich nu vrijelijk,
nestelend in de sofa
met het kussentje dat voornamelijk een rol speelt
bij het ziek zijn.
Weer minnend gekreun, gezucht en gesteun.
De vuurhaard kijkt ongegeneerd toe met open mond,
likkend aan het hout, de hete details verterend.
De T.V. gaapt zwart mee, laat-avond show des middags.
En net voor ze weer barsten zou,
het onbedaarlijke giechelen nabij,
hoorde ze het knerpen van de bedrijfswagen over de oprijlaan.
Nog net de tijd om de trap op te spurten...

Twinkelend vreugdevuur, onblusbaar in haar ogen.
Ze had in alle stilte haar minnaar weer bedrogen.

DE PERFEKTE RELATIE.

25/02/12

Moeten
kunnen
willen
stillen;
of gewoon
tevreden zijn;
moeten
willen
kunnen
stillen.

SEX EN OORLOG. WAR...

25/02/12

Oorlog op T.V., in de gazet,
op de radio, overal oorlog.
Yankee si,
Yankee so,
Yankee doe pipi
in jullie eigen potje kakeconomie.

Kom toch hier niet vechten
om jullie bijzit te financieren,
jullie grijsgekostumeerde-geilheidsgieren,
kleine-meisjes-onderbroeken besnuffelende
machtswellustige klote klieren.

Oorlog
overal.
In hun hoofd,
op het werk,
in de wagen,
op P.C.,
in hun boeken
en zelf de zondag op hun koffiekoeken.

Oorlog overal,
om hun maîtreske te verwennen
en hun geilheid te ontkennen.

ROSSIGE BUURT, LUSTIGE NACHTEN...

25/02/12

Drommen stromende geilheid,
de nacht vol verhalen over de stortbui, de stoot, de kramp.
Geile heidenen stromen drummend naderbij,
nachtelijke tochten stropend langsheen lichtjes,
lichtjes blits,
blitsende lichtjes,
macho's, meisjes en nichtjes,
vrouwen en dames,
jongens en mannen,
sex en geld,
geilheid en zaken...

De lichtende meisjes blitsen naar de drummende jongens,
de geilheid stroomt de nacht in,
de stoor, de kramp,
het reinigen en betalen.
De geilheid stroomt de nacht in.

EEN WINTERSE NACHTMERRIE OVER POLITIEK.

25/02/12

Nu zie ik ze:
dikke handschoenen
voor hun dikke, vette vingertjes.
En neuzen,
dikke neuzen hebben ze.
En kale hoofden hebben ze.
Dikke neuzen
voor hun dikke, vette vingertjes
en dikke handschoenen.
Ze kalen allemaal.
Ze neuzen, vingertjes.
Ik zie ze:
gehandschoende, neuzende,
vingerende, kalende dikkertjes.

HJ WAS HET ZEKER.

25/02/12

De extase zonder roes-
middel,
zoude een mooie weg van leven zijn.
Doch het bewustzijn
door meditatie
krijgt in dit haastig westernland
geen ruimte,
geen stilte,
geen donker van de nacht.
Geen levensadem die vrijuit de geesten verfrist.

Het ene bittere relaas volgt het andere op.
Ik zit achter mijn tafel en vraag mij af
of ik wel in staat ben
tot poëzie te komen,
alle bitterheid in mij gebrand
, alsof het een verlangen is naar meer...
(en dan nog de vraag
of ik in poëzie wel rechtstreeks vragen mag...
of nog wel iets mag...)
En dan nu...
Het woordje:" nu !"
Nu of nooit
komt het er op aan
te leven,
die levensadem
opzuigend
als een onwetend vragend kind,
als eindig wezen
de oneindigheid
aanvullen en vervolmaken...

De levensadem is vervuild,
simpelweg vervuilt zij ook
het nu of was het nooit
vervuild zal de levensadem zijn...

OP EEN ZATERDAGAVOND TOEN ZE ALLEEN UITGING.

25/02/12

Wat verder staan
die masten en antennes,
hun electro-golven
overspoelen onze T.V.
en verstoren het beeld.
Zij komen ons kamer binnen,
onze ether, zomaar ongevraagd.
Wat willen ze van ons verdomde ro...

Daar maakte zij zich geen zorgen om.
Ze paste wat kleren
en stond voor de spiegel.
Toen ze er klaar voor was
ging ze naar het venster.
Ze keek door het raam
en zag iemand die ze kende.
Ze zei het.
Dan vertelde ze over een droom
dat ze de vorige nacht had.
Ze zag een donkere massa vorm krijgen.
Het werd een heldere mannen gestalte
en bijna kon ze zijn gelaat zien.
Daar, boven op het dakenpanorama.
Ze ging weg van bij het venster
en nam haar handtas.
Ze gaf me nog een kus
en ging de deur uit.